Egypte bouwt een ijzersterke, meerlagige muur met prikkeldraad, betonnen bufferzones en geavanceerde sensoren aan de grens met Gaza. Niet uit willekeur, maar uit pure noodzaak. Cairo weigert consequent om grote aantallen Palestijnen uit Gaza binnen te laten. De Rafah-grens blijft hermetisch gesloten voor massale instroom. En Egypte staat daarin niet alleen.
Terwijl de wereld geconfronteerd wordt met beelden uit Gaza en luide protesten eisen dat Israël de grenzen opent, zwijgen de Arabische en moslimlanden opvallend stil over hun eigen verantwoordelijkheid. Waarom moeten al die Palestijnse vluchtelingen telkens weer naar Europa, Amerika of andere niet-moslimlanden? Waarom nemen de 57 lidstaten van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIC), rijk aan olie, gas en geld, ze zelf niet op?
Het antwoord ligt in decennia bittere ervaring.
Neem Jordanië. Na de Arabisch-Israëlische oorlogen stroomden honderdduizenden Palestijnen het land binnen. In 1970 hadden Palestijnse militante groeperingen onder leiding van de PLO een “staat in een staat” gecreëerd in de vluchtelingenkampen. Ze negeerden de Jordaanse autoriteiten, richtten checkpoints op, eisten belastingen en probeerden de Hasjemitische monarchie omver te werpen. Koning Hoessein sloeg terug in wat bekend werd als Black September. Duizenden doden, de PLO verdreven naar Libanon. Jordanië had zijn les geleerd: onbeperkte gastvrijheid voor gewapende Palestijnse fracties eindigt in bloedvergieten.
In Libanon herhaalde het patroon zich. Na hun uitzetting uit Jordanië vestigde de PLO zich daar en bouwde een parallelle machtsstructuur uit. Gewapende kampen, raketaanvallen op Israël vanuit Libanees grondgebied en allianties met islamitische en linkse milities. Hun aanwezigheid was een belangrijke katalysator voor de Libanese burgeroorlog (1975-1990), een conflict dat het land decennialang in puin legde. Christelijke milities zagen de PLO als existentiële bedreiging; de strijd escaleerde in een bloedbad. Libanon betaalde een zware prijs voor het hosten van een ongecontroleerde Palestijnse gewapende aanwezigheid.
En dan Koeweit. Voor de Golfoorlog woonden er zo’n 400.000 Palestijnen. Toen de PLO openlijk Saddam Hoessein steunde tijdens de invasie van Koeweit in 1990, keerde het sentiment zich radicaal. In 1991 werden bijna 400.000 Palestijnen systematisch verdreven, door deportaties, intimidatie en economische druk. Binnen enkele maanden was de Palestijnse gemeenschap gereduceerd tot een fractie. Zelfs Yasser Arafat noemde het destijds erger dan wat Israël de Palestijnen had aangedaan.
Deze voorbeelden zijn geen incidenten, maar een patroon. Telkens wanneer Palestijnse groepen een gastland binnenkwamen met een combinatie van slachtofferretoriek, gewapende militantie en weigering om zich te integreren, ontstond instabiliteit. Vandaag herhaalt de geschiedenis zich in de weigering om Gazanen massaal op te nemen. Egypte bouwt niet voor niets extra muren en bufferzones. Jordanië en de Golfstaten houden de poorten gesloten. Ze vrezen Hamas-infiltratie, terrorisme, demografische verschuivingen en nieuwe “staten in staten”.
De hypocrisie is stuitend. Terwijl Arabische leiders in internationale fora Israël beschuldigen van “etnische zuivering” en eisen dat de “vluchtelingen” terugkeren of elders worden opgevangen, weigeren ze zelf elke substantiële verantwoordelijkheid. Er zijn 57 moslimmeerderheidslanden, vele met enorme reserves aan kapitaal. Toch is er geen grootschalig opvangprogramma, geen Marshallplan voor Gaza in Saoedi-Arabië, Qatar of de Emiraten. In plaats daarvan wordt de druk gelegd op het Westen.
Dit past in een breder patroon. UNRWA, de VN-organisatie exclusief voor Palestijnse vluchtelingen, houdt de status van “vluchteling” in stand over generaties heen, iets wat nergens anders ter wereld gebeurt. Terwijl gewone vluchtelingen onder UNHCR vallen en aangemoedigd worden te integreren, blijven Palestijnen in een permanente slachtofferrol hangen. Dat komt de Arabische wereld goed uit: het houdt de druk op Israël in stand zonder dat men zelf de rekening hoeft te betalen.
Waarom zien we geen massale opvang in de rijke Golfstaten? Waarom geen burgerschap en integratie in landen met dezelfde taal, religie en cultuur? Het antwoord is even eenvoudig als pijnlijk: ze weten wat er gebeurt. Ze hebben het meegemaakt. Palestijnse leiderschap en een ideologie van “gewapende strijd” tot elke prijs blijken vaak onverenigbaar met stabiele samenleving. In plaats van zelf de consequenties te dragen, externaliseren ze het probleem naar Europa en het Westen, waar het leidt tot nieuwe spanningen, integratieproblemen en sociale onrust.
De muren van Egypte liegen niet. Ze zijn het fysieke bewijs van wat Arabische leiders in besloten kring toegeven: solidariteit met de Palestijnse zaak is prima, zolang die zaak ver weg blijft. De retoriek over “broederschap” en “ummah” blijkt hol wanneer het neerkomt op concrete actie.
Terwijl westerse hoofdsteden onder druk staan om meer “vluchtelingen” op te nemen, zouden we eens moeten vragen: waarom is er in de hele islamitische wereld geen enkel land bereid om de verantwoordelijkheid écht te nemen? Misschien omdat muren en gesloten grenzen in de praktijk effectiever blijken dan mooie woorden in de VN.
De les is duidelijk. Landen die hun eigen stabiliteit serieus nemen, bouwen barrières. De rest eist dat anderen dat niet doen.
Steven Arrazola de Oñate









